Dat is precies wat we zien in Titus 2. Opvallend genoeg richt Paulus zich niet alleen tot oudere of alleen tot jongere vrouwen, maar verbindt hij beide generaties met elkaar. In een tijd waarin generaties steeds verder uit elkaar lijken te groeien, laat Gods Woord juist zien hoe kostbaar deze onderlinge verbondenheid is.
De Heere verlangt ernaar dat oudere vrouwen voorbeelden zijn voor de jongere generatie. Niet omdat zij volmaakt zijn, maar omdat zij hebben geleerd om met de Heere te wandelen. Door de jaren heen hebben zij Zijn trouw ervaren, in tijden van vreugde én in tijden van verdriet. Juist die levenservaringen maken hen tot vrouwen die iets waardevols mogen doorgeven.
Misschien voelen we ons helemaal nog niet "oud". Toch is de kans groot dat er vrouwen zijn die jonger zijn dan wij en naar ons kijken. Vanaf het moment dat we ouder worden, krijgen we vanzelf een volgende generatie onder ons. Dat betekent dat iedere vrouw, ongeacht haar leeftijd, zich mag afvragen: Ben ik een voorbeeld dat anderen dichter bij Christus brengt?
In Titus 2 noemt Paulus oudere vrouwen leraressen van het goede. Dat klinkt misschien als een grote opdracht, maar daarvoor is geen opleiding nodig. De beste lessen worden vaak niet gegeven vanuit een boek, maar vanuit een leven dat gevormd is door Gods genade.
Een vrouw die geleerd heeft haar zorgen bij de Heere te brengen, kan een jongere vrouw leren wat vertrouwen is. Een vrouw die door moeite heen Gods trouw heeft ervaren, kan getuigen van Zijn goedheid. Een vrouw die heeft geleerd om vergeving te schenken, kan laten zien hoe bevrijdend Gods genade is.
Misschien is dat wel de mooiste manier van lesgeven: niet alleen met woorden, maar met een leven dat naar Christus wijst.
Dat brengt ook een persoonlijke vraag met zich mee. Wanneer jongere vrouwen naar ons kijken, zien zij dan iets van Gods goedheid? Of worden onze gesprekken vooral gekenmerkt door ontevredenheid, kritiek en gemopper? Niemand van ons is volmaakt, maar wel mogen we verlangen dat Christus steeds meer zichtbaar wordt in ons leven. Misschien bid je al langere tijd of de Heere je wil gebruiken. Waarom zou je Hem dan niet vragen om een jongere vrouw op je pad te brengen? Iemand met wie je kunt optrekken, kunt bidden, de Bijbel kunt lezen of gewoon samen een kop koffie kunt drinken. Geestelijke groei ontstaat vaak gewoon aan de keukentafel, tijdens gewone gesprekken over het dagelijks leven.
Daarvoor is wel iets nodig: tijd. Zijn we bereid om ruimte te maken voor een ander? Of zijn onze agenda's zo gevuld dat er nauwelijks plaats overblijft voor echte ontmoeting? Juist wanneer we onze tijd aan de Heere geven, kan Hij die gebruiken om levens met elkaar te verbinden.
En als we elkaar ontmoeten, is het goed om iets bewust thuis te laten. Ik noem dat weleens OMA: Oordeel, Mening en Aannames. Hoe snel vormen we niet een oordeel over iemand op basis van haar kleding, haar uiterlijk of haar manier van leven? Misschien denken we: Die jonge vrouw zal wel geen relatie met de Heere hebben. Maar op dat moment kijken we niet meer met de ogen van Christus.
De Heere Jezus keek altijd eerst met liefde. Hij zag mensen zoals ze werkelijk waren en nodigde hen uit om dichter bij Hem te komen. Dat is ook de houding waartoe Hij ons roept. Wanneer wij ons oordeel loslaten en ons hart laten vullen met Zijn liefde, ontstaat er ruimte voor open gesprekken en echte verbinding. En als we merken dat ons hart toch gevuld is met kritiek of hoogmoed, mogen we daarmee naar de Heere gaan. "Als wij onze zonden belijden, is Hij getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid" (1 Johannes 1:9).
Wat zou het mooi zijn als er opnieuw een generatie godvrezende vrouwen opstaat. Vrouwen die niet streven naar een groot podium, maar naar een groot verlangen om Christus te volgen. Vrouwen die hun geloof niet alleen doorgeven met woorden, maar vooral door hun leven.
Want een vrouw die dicht bij de Heere leeft, laat een erfenis achter die veel verder reikt dan haar eigen generatie.
Evenzo moeten de oudere vrouwen in hun gedrag zijn zoals het heiligen past: geen kwaadspreeksters, niet verslaafd aan veel wijn, maar leraressen van het goede, opdat zij de jongere vrouwen leren verstandig te zijn, hun man lief te hebben, hun kinderen lief te hebben, bezonnen te zijn en kuis, te zorgen voor hun huishouden, goed te zijn, hun eigen mannen onderdanig te zijn, opdat het Woord van God niet gelasterd wordt. 2 Titus: 3-5
Dank!
BeantwoordenVerwijderenNa denkertje
BeantwoordenVerwijderen